Nieuws

Persbericht
30 Juni 2009

College onderschrijft belang daadkrachtige toezichthouder

Het College heeft met instemming kennis genomen van de brief van de Minister van Justitie van 23 december 2008 aan de Tweede Kamer, waarin hij aangeeft om vooruitlopend op de totstandkoming van een nieuwe Wet op de kansspelen, de huidige wet te wijzigen in verband met de instelling van een kansspelautoriteit. Het College is verheugd dat de Minister van Justitie de opvatting van het College onderschrijft dat er in de praktijk dringend behoefte bestaat aan een daadkrachtige toezichthouder. Het College bepleit immers al jaren de instelling van een onafhankelijke toezichthouder met de nodige bevoegdheden. Aldus het jaarverslag 2008 dat door de voorzitter van het College, mevrouw drs. M.W.M. Vos-van Gortel, is aangeboden aan de Minister van Justitie, de heer mr. E.M.H. Hirsch Ballin.

Een onderwerp waar het College in zijn jaarverslag kanttekeningen bij plaatst zijn de reclame- en wervingsactiviteiten van de vergunninghouders. Het College heeft geconstateerd dat een aantal vergunninghouders ondanks dat men zich gecommitteerd heeft aan een gedrags- en reclamecode steeds weer de grenzen opzoekt van hetgeen men met elkaar heeft afgesproken. Hierdoor lijkt er de laatste tijd een soort consumentenwantrouwen omtrent de loterijen te ontstaan. Naast een duidelijke toename in het aantal Kamervragen over reclameacties van kansspelvergunninghouders, ziet het College over de jaren heen een toename in het bij het College ingediende aantal klachten dat betrekking heeft op wervings- en reclameacties van de kansspelvergunninghouders, alsmede ook een belangrijke toename in het aantal aan de Reclame Code Commissie voorgelegde klachten over kansspelvergunninghouders. Kennelijk biedt de gekozen vorm van zelfregulering onvoldoende houvast voor de kansspelvergunninghouders.

Het is voor het College dan ook de vraag of een aantal in de code opgenomen bepalingen geen aangelegenheden betreffen die in de onderscheidene vergunningen hadden behoren te worden geregeld, in plaats van in een code, en waarbij aldus het toezicht zou berusten bij de specifieke toezichthouder die daartoe door de wetgever in het leven is geroepen. Het College tekent hierbij nog aan dat vanuit Europees perspectief de reclame- en wervingsacties van de vergunninghouders de achilleshiel van het kansspelbeleid vormen. Vanuit de gedachte dat het Nederlands kansspelbeleid Europa proof behoort te zijn, is er naar de opvatting van het College dan ook alle aanleiding om meer aandacht aan dit onderwerp in de kansspelregelgeving en -handhaving te besteden.

Het College is in 2008 een onderzoek gestart naar de ontwikkeling van de speelautomatenhallen in Nederland. Aanleiding voor dit onderzoek is de constatering van het College dat het hier naast de casino's om een belangrijk onderdeel van de kansspelmarkt gaat, waaraan duidelijk verslavingsrisico's kleven, terwijl het restrictieve overheidsbeleid slechts beperkt tot uitdrukking komt omdat de vestiging van speelautomatenhallen een gemeentelijke aangelegenheid is. Een inmiddels onder gemeenten gehouden enquête heeft een vrij hoge response (80%) opgeleverd. Het College hoopt de resultaten van het onderzoek in het najaar te kunnen presenteren.

volgend bericht >>
omhoog