 |
College pleit voor duidelijkheid over toekomst kansspelbestel
Vandaag heeft de voorzitter van het College van toezicht op de kansspelen, mevrouw drs. M.W.M. Vos - van Gortel, het jaarverslag 1999 van het College aangeboden aan de Staats- secretaris van Justitie, de heer mr. M.J. Cohen. Het College pleit ervoor dat op korte termijn duidelijkheid ontstaat over het vervolg dat wordt gegeven aan het project Wet op de kansspelen binnen de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) en over de toekomst van het Nederlandse kansspelbestel. De MDW-operatie kansspelen is ruim een jaar geleden van start gegaan. Hierover is al de nodige publiciteit geweest. Het MDW-eindrapport is evenwel nog niet beschikbaar en tot nu toe heeft het kabinet nog geen standpunt ingenomen.
Het College heeft desgevraagd op 8 december 1999 zijn reactie gegeven op een eerste notitie van de MDW-werkgroep. De in de notitie neergelegde visie is vergaand. Voorgesteld wordt om de kansspelsector geheel te liberaliseren (opheffing kansspelmonopolies, beëindiging betrokkenheid van de staat bij de exploitatie van kansspelen, geen verplichte afdracht meer aan het goede doel). Hoewel de notitie een aantal reële problemen signaleert en een aantal creatieve ideeën bevat, zijn de voorstellen om tot volledige liberalisatie van de kansspelen over te gaan naar de opvatting van het College aan te merken als onvoldragen. Het College ziet daarentegen voldoende mogelijkheden om met behoud van de goede aspecten van de kanalisatiegedachte te komen tot een vrijere ordening, waarbij voor de onderscheidene categorieën van aanbieders gelijke uitgangspunten gelden, zonder dat Nederland al te veel uit de pas gaat lopen binnen de Europese Unie.
Het College van toezicht op de kansspelen is op 1 januari 1996 ingesteld en houdt toezicht op de vergunninghouders van de zogeheten landelijke kansspelen (staatsloterij, bankgiroloterij, sponsorloterij, postcodeloterij, toto/lotto, krasloterij, paardentotalisator en casinospelen).
De zeven loterijorganisaties waarop het College toezicht houdt (daaronder begrepen de totalisator en de sporttotalisator) hebben in 1999 een omzet bereikt van 2633,6 miljoen gulden. Onder aftrek van 1316,4 miljoen gulden aan prijzengeld (waarin is begrepen 112,5 miljoen gulden aan kansspelbelasting) levert dit over 1999 een spelopbrengst op van 1317,2 miljoen gulden. Tezamen met de opbrengst van de speelcasino's over 1999 van 997,1 miljoen gulden komt de totale spelopbrengst van de acht vergunninghouders waarop het College toezicht houdt op 2314,3 miljoen gulden. Van de 2314,3 miljoen gulden aan spelopbrengst is 1102,0 miljoen gulden besteed aan kosten en 203,4 miljoen gulden aan (kansspel)belastingen (alleen door de speelcasino's; bij de overige vergunninghouders zit de kansspelbelasting in het prijzengeld). Aldus blijft een netto opbrengst van 1008,9 miljoen gulden. Daarvan gaat 606,1 miljoen gulden naar de goede doelen. De overige 402,8 miljoen gulden komt ten goede aan de schatkist (afdracht staatsloterij en speelcasino's). Indien ook de (kansspel)belastingen van 112,5 miljoen gulden en 203,4 miljoen gulden worden meegeteld, komt in totaal 718,7 miljoen gulden ten goede aan de Staat.
Met ingang van vandaag beschikt het College van toezicht op de kansspelen over een eigen internetsite. Het College is bereikbaar onder
www.toezichtkansspelen.nl.
|
|