 |
| Persbericht |
2
november 2000 |
Nederlanders
geven jaarlijks bijna 150 miljoen gulden uit aan
buitenlandse loterijen
De bestedingen aan buitenlandse loterijen in Nederland
bedragen jaarlijks bijna 150 miljoen gulden. Dat komt
overeen met 6% van de bestedingen aan vergelijkbare
binnenlandse kansspelen (2,6 miljard gulden), hetzelfde
percentage als in 1998. Hieruit blijkt dat de groei in
de deelname aan buitenlandse loterijen gelijke tred
houdt met de groei in de deelname aan vergelijkbare
Nederlandse kansspelen. Deelname aan buitenlandse
loterijen via Internet komt nauwelijks voor. Dit is
samengevat de uitkomst van een onderzoek naar de
deelname aan buitenlandse kansspelen in Nederland 2000.
Het onderzoek is door NIPO, het marktonderzoekinstituut,
verricht in opdracht van het College van toezicht op de
kansspelen.
Het merendeel van de bestedingen (80%) blijft evenals in
1998 terechtkomen bij de Duitse loterijen (Lotto,
Süddeutsche Klassenlotterie en Nord-Westdeutsche
Klassenlotterie). Binnen deze groep stijgt het aandeel
van de Duitse Lotto ten koste van de Klassenlotterien.
De beide Klassenlotterien hebben de afgelopen jaren een
prijsstijging van 25% doorgevoerd en daaraan wordt nu
gemiddeld evenveel besteed. Deelname aan de overige
buitenlandse loterijen, zoals de Engelse National
Lottery (4%), speelt geen rol van betekenis. De gegevens
over de deelname aan buitenlandse kansspelen dienen
overigens met voorzichtigheid te worden beoordeeld,
omdat het om een relatief kleine groep personen gaat.
Het onderzoek heeft plaatsgevonden door ondervraging van
circa 6.600 personen van 18 jaar en ouder. Het blijkt
dat 4,3% van de ondervraagden de afgelopen 12 maanden
aan één of meer buitenlandse loterijen heeft
deelgenomen (2,9% in 1998). In 2000 hebben 354.000
spelers 404.000 maal meegedaan aan een buitenlands
kansspel, een stijging ten opzichte van 1998. De
gemiddelde besteding per speler is in 2000 evenwel
gedaald tot 417 gulden (529 gulden in 1998). Dat is
waarschijnlijk het gevolg van het toegenomen aandeel van
de Duitse Lotto, waarbij de inleg gemiddeld veel lager
is dan bij de Duitse Klassenlotterien. Per saldo zijn de
totale bestedingen aan buitenlandse kansspelen gestegen
ten opzichte van de circa 120 miljoen gulden in 1998.
In Nederland is het verboden om deelneming aan een
buitenlands kansspel te bevorderen of daartoe voor
openbaarmaking of verspreiding bestemde stukken in
voorraad te hebben. Het is daarentegen in Nederland wel
toegestaan om deel te nemen aan buitenlandse kansspelen.
Het College heeft opdracht tot dit vervolgonderzoek
gegeven om na eerdere onderzoeken (in 1996 en 1998) te
kunnen beschikken over nieuwe cijfers en zo de invloed
van het buitenlands aanbod in Nederland te kunnen
volgen.
|
|